Rood West-Vlaams rund

 

Het Belgisch rood rund, of het West-Vlaams rood ras, heeft een lange geschiedenis. Het gaat terug tot het Casselse rode vee dat in de 18de eeuw een voor die tijd vrij homogene populatie uitmaakte in Frans-Vlaanderen en het Belgische West-Vlaanderen langs de Franse grens. Het ras raakte verspreid over de hele provincie West-Vlaanderen.

De standaard beschrijft de rode koe als een groot, lang en zwaar dier. Toch moet het geheel een indruk van fijnheid en adel geven. Volgens de oude standaard moet de haarkleur eenvormig rood zijn. In 1977 werd het streefdoel naar een uniform rood haarkleed opgeheven.

Het is een vroegrijp ras dat ook gekend is om zijn grote groeikracht en zijn uitstekende vleeskwaliteit. Tot halfweg de jaren zeventig werd het dubbeldoeltype bij het West-Vlaams rood rund nagestreefd. Toen het West-Vlaams rood rund aan het eind van de jaren tachtig werd geselecteerd in een melktypische richting, zijn sommige fokkers binnen het ras juist in de vleesrichting gaan selecteren. In 1979 is er dan ook een afzonderlijk hulpstamboek opgericht voor het vleestype.

De gemiddelde melkproductie van het rode vee lag in 2004 rond de 5.522 kg melk met 4,27% vet en 3,43% eiwit. Dieren met een zuivere rode bloedvoering zijn zeer zeldzaam geworden.