Piétrain

 

Rond 1920 werd dit wit-zwarte ras voor het eerst opgemerkt in het dorpje Piétrain nabij Jodoigne. Dertig jaar lang werd dit ras onopvallend gefokt in diezelfde streek.

De Piétrain zou ontstaan zijn door nauwe inteelt en kruisingen tussen het verbeterd inlands ras en de Engelse Berkshire. Vanaf 1950 werd het ras stilaan populair in gans het land (en later ook in het buitenland). De reden hiervoor lag voor de hand: het Piétrain varken combineert een hoog slachtrendement met een beperkt percentage vet in het vlees. Naast deze goede eigenschappen staat de Piétrain echter ook bekend voor zijn stressgevoeligheid.

Het ras werd vroeger gepromoot als het ras met de vier hespen. Dit komt doordat de dieren drager zijn van de dikbilfactor. Hierdoor ontwikkelt de bilpartij zich op uitzonderlijke wijze in vergelijking met andere rassen.

Het haarkleed van de Piétrain is bont (wit met grote zwarte vlekken). Vandaag wordt de Piétrain vooral gebruikt bij de industriële productie van vleesvarkens.